Ik zoek mijn Duitse vader

Hoeveel kinderen van Duitse militairen er in Nederland zijn, daarover verschillen de meningen. Schrijfster en onderzoekster Monika Diederichs (“Wie geschoren wordt moet stilzitten”) heeft het over misschien wel 15.000 kinderen.
Ben je geboren tussen 1941 en januari 1946 en weet je (of denk je) dat je mogelijk het kind van een Duitse soldaat kunt zijn?

De eerste stap is dan om na te gaan of er een dossier over je moeder aanwezig is bij het Archief Bijzondere Rechtspleging in Den Haag. Hoe je dit doet staat hier vermeld . Je hebt in ieder geval een bewijs van overlijden van je moeder nodig of haar schriftelijke toestemming!
In dit dossier kan belangrijke informatie staan over je afkomst, soms zelfs de naam van je vader, zijn geboorteplaats, zijn legernummer. Ook kunnen er allerlei andere dokumenten in het dossier zitten die te maken hebben met je eigen geboorte.

Hier vind je bijvoorbeeld een dokument waarin de Wohlfahrtspflege werd opgedragen een bijdrage voor de bevallingskosten naar de moeder over te maken. Bovendien staat er in dat men in contact staat met de vader om deze het kind officieel te laten erkennen. In dit geval is dat overigens niet gebeurd en alleen op de naam is deze vader helaas niet te vinden. Het is dus niet zeker dat je via deze weg altijd resultaat boekt!

Vind je het niet prettig alleen naar Den Haag te gaan en het dossier in te kijken, dan kan ik met je meegaan. Er staan soms confronterende dingen in, die de manier waarop je naar je moeder -en bijvoorbeeld je opa- keek, voorgoed veranderen. Wil je het dossier liever niet zelf inzien, maar wel weten wat er in staat dan is het mogelijk mij te machtigen voor inzage.

De afgelopen tijd hebben zich ook kleinkinderen van Duitse militairen bij mij gemeld. Die hebben vaak hun hele leven gezien hoe hun moeder of vader gebukt ging onder de situatie. Niet je vader kennen is al moeilijk, maar als het dan ook nog een “foute” man was, een bezetter, dan gaan velen gebukt onder -onterechte- schaamte. Hun kinderen kijken daar veel frisser tegenaan, die zijn gewoon benieuwd naar hun Duitse opa.

Iemand die van mijn vader hield

     De telefoon rinkelde al vroeg. De man aan de telefoon sprak zacht en hij moest aldoor naar woorden zoeken. Uiteindelijk was het mij duidelijk: hij zocht een vrouw, waarvan hij alleen een naam en een woonplaats had van 20 jaar geleden. Kon ik die vinden?
     Of ik die kon vinden is één kant van het verhaal, of ik haar voor deze man wilde vinden was de andere kant. Want waarom zoekt een man die nu dertig jaar oud is een vrouw die hij twintig jaar geleden kende, dus toen hij tien jaar oud was. En waarom weet hij alleen een naam en woonplaats? In welke relatie stonden ze tot elkaar?
     Tijdens het intakegesprek bleek al gauw hoe het zat. Maarten, zoals de man heette, was pas vijf jaar toen zijn ouders gingen scheiden. Het was een echte “vechtscheiding”, zijn moeder liet duidelijk blijken wat een klootzak zijn vader was. Maarten bleef bij zijn moeder wonen en zij stond niet toe dat hij contact had met zijn vader. Ook zijn familie van moeders kant had geen goed woord over voor zijn vader. Ze zeiden vaak dat hij beter af was nu hij alleen bij zijn moeder woonde.
     Toen Maarten tien jaar was overleed zijn vader. Hij mocht niet naar de begrafenis. Zijn vader werd vanaf dat moment helemaal doodgezwegen. Zelf durfde hij zijn vader niet meer ter sprake te brengen. Hij dacht wel vaak aan hem. Af en toe keek hij in het fotoboek naar zijn lachende vader met hem als tweejarige op de arm.


     Nu is het twintig jaar later. Bij het opruimen van het huis van zijn grootouders kwam Maarten een rouwkaart tegen van het overlijden van zijn vader. En op die kaart werd hij “mijn allerliefste verloofde” genoemd en eronder stond “Leeuwarden: Anneke Degeling”.
     Deze Anneke wilde Maarten zoeken, omdat hij iemand wilde spreken die écht van zijn vader had gehouden. Omdat zij hem kon vertellen wat zijn leuke kanten waren, hem kon vertellen waarom ze van hem hield. Waardoor hij eindelijk het gevoel zou kunnen krijgen dat ook hij van zijn vader mocht houden.

Anneke reageerde verbaasd, maar was zeker bereid Maarten te ontvangen om hem meer over zijn vader te vertellen.

Gestolen baby

    Ten tijde van Franco zijn (honderd)duizenden baby’s in Spanje weggehaald bij hun ouders. Of hebben moeders na de geboorte te horen gekregen dat hun baby was overleden, terwijl dit niet zo was. Veel kranten besteden er deze week een kort artikel aan, omdat ca 300 ouders zich hebben verenigd om gezamenlijk een onderzoek te eisen. De Spaanse Justitie wil echter geen onderzoek instellen. 
Individuele families moeten maar elk een aparte aanklacht indienen. Proberen ze zo het schandaal kleiner te maken?
     Er zijn in de geschiedenis meer voorbeelden van babyroof uit ‘morele’ gronden, zoals bij de inheemse bevolking van Australië. In de door Engelsen gerunde kindertehuizen heersten verschrikkelijke toestanden. Ooit de indrukwekkende film Rabbit-proof Fence gezien? De Engelsen ‘exporteerden’ ook baby’s uit hun vaderland naar Australië, geroofd van ‘unfit mothers’.

      Na de tijd van Franco zouden deze praktijken in Spanje zijn voortgezet door hulpverleners die er dik aan verdienden.  Ook in onze eigen geschiedenis zijn er zwarte bladzijden. Adoptie uit Indonesie bijvoorbeeld verliep niet altijd volgens de regels. Ooit had ik te maken met een zoekactie naar een moeder door twee jongens, die samen in Nederland waren geadopteerd, een tweeling. Toen ik contact kreeg met de moeder hield ze vol dat het niet kon kloppen, want haar ene zoon was overleden. Haar verhaal was stuitend: omdat een van de tweeling ziek was, stelde een maatschappelijk werkster voor hem ‘naar het Westen’ te laten adopteren. De moeder kon de medische kosten niet betalen en na adoptie zou haar zoon alle zorg krijgen die nodig was. Een tijdje later kwam de hulpverleenster terug. Haar zoon was overleden, zei ze, en er waren al aanzienlijke medische kosten voor hem gemaakt. Zij moest alsnog betalen of haar andere zoon meegeven. De moeder had geen geld, dus geen keus. De twee jongens werden vervolgens als tweeling geadopteerd door een Nederlandse familie, die geen weet had van het drama dat zich had afgespeeld.

     In Spanje gaat het misschien wel om 300.000 kinderen. Wie zal het zeggen, want een deel kreeg een andere identiteit en is zich niet bewust van het feit dat ze niet bij hun biologische ouders opgroeien. En mochten ze dat gevoel wel hebben, dan is er een officieel geboortebewijs om hun ongelijk aan te tonen. De beste oplossing is een grote DNA databank, waarin alle getroffen families en twijfelende kinderen hun DNA kunnen laten registreren. Zou de Spaanse regering daar subsidie voor willen geven?